“De patiënt denkt vaak dat de huisarts alles weet. Maar die huisarts weet soms helemaal niet waar iemand in zijn behandeling zit.”
Zorgring bestaat 25 jaar. Een mooi moment om niet alleen terug te kijken, maar vooral vooruit. Want in die 25 jaar is de samenwerking in onze regio sterk veranderd. Voor deze jubileumreeks spreken we mensen die vanuit verschillende delen van de zorg nauw betrokken zijn bij die ontwikkeling. Dit keer spreken we Erik Schoofs, directeur en bestuurder van Huisartsenzorg Zaanstreek Waterland (HZW), over de groeiende druk op huisartsen, het belang van regionale samenwerking en waarom digitalisering volgens hem altijd moet beginnen bij de inhoudelijke vraag uit de zorg.
Erik werkt inmiddels twintig jaar binnen de huisartsenzorg in Zaanstreek Waterland. Hij begon als manager spoedzorg bij de huisartsenpost in Purmerend. Daar ontstonden ook zijn eerste contacten met Zorgring. Later werd hij directeur van de huisartsenposten en groeide het idee om huisartsen niet alleen tijdens de avond, nacht en weekenden te ondersteunen, maar juist ook in hun dagelijkse praktijk.
“De huisartsenpost is een mooie organisatie, maar voor huisartsen is het altijd iets wat ze naast hun eigen praktijk doen. Ik wilde juist meer verbinding met die dagpraktijken. Hoe kunnen we huisartsen daar beter ondersteunen?”
Verschillende organisaties die zich daarmee bezighielden, werden uiteindelijk samengebracht in HZW. Vanuit die organisatie worden huisartsen ondersteund, terwijl zij eigenaar blijven van hun eigen praktijk.
Wie met Dave praat, merkt al snel dat Zorgring voor hem veel meer is dan een ICT-organisatie. Natuurlijk draait het om techniek, maar minstens zo belangrijk zijn de mensen die samen iedere dag verantwoordelijkheid nemen voor de zorg in de regio.
“We proberen al zolang als ik voor Zorgring werk iedere dag hetzelfde te doen: klanten zo goed mogelijk helpen. Ook als iets eigenlijk niet direct bij ons hoort. Je weet dat er patiënten wachten. Dan zet je samen toch net dat stapje extra.”
Volgens Dave zijn de korte lijnen en de informele samenwerking de kracht van de organisatie. “Er zijn niet veel lagen. Je kunt altijd bij collega’s binnenlopen en iedereen helpt elkaar. Dat werkt gewoon prettig. Het is een fijne club mensen, waar iedereen de schouders eronder wil zetten.” Die betrokkenheid, zegt hij, is ook precies de reden dat hij na tien jaar nog steeds met plezier bij Zorgring werkt.
Zaanstreek Waterland kent volgens Erik een bijzondere combinatie. De regio bestaat uit stedelijke gebieden, maar ook uit een flink landelijk gebied. Dat vraagt soms om verschillende oplossingen.
Wat de regio voor hem vooral kenmerkt, zijn de huisartsen zelf. “We hebben een groep huisartsen die heel betrokken is bij het vak en bij de ontwikkeling ervan.”
Tegelijkertijd ziet hij de druk op diezelfde huisartsen steeds verder toenemen. Huisartsen moeten niet alleen goede patiëntenzorg leveren, maar worden ook gevraagd om mee te denken en te beslissen over beleid, netwerken, digitalisering en nieuwe samenwerkingsvormen.
“Als je kijkt naar twintig jaar geleden, zijn praktijken enorm gegroeid. Niet alleen in patiëntenaantallen, maar ook in het aantal medewerkers en alles wat georganiseerd moet worden. Er wordt steeds meer van een praktijk verwacht.”
Juist daarom is regionale samenwerking steeds belangrijker geworden. Erik kent Zorgring bijna vanaf het begin en zag de organisatie in de afgelopen twintig jaar veranderen.
“Vroeger was Zorgring vooral de communicatie in de keten die erachter zat. Nu ontwikkelt Zorgring zich steeds meer naar een organisatie die ons helpt om klaar te zijn voor de toekomst.”
Dat gaat bijvoorbeeld over nieuwe ICT-oplossingen, koppelingen tussen systemen en regionale architectuur. Daarbij is volgens Erik één uitgangspunt essentieel: technologie mag nooit het vertrekpunt worden.
“De inhoud moet leidend zijn. Vanuit de zorg moeten we bepalen wat we met elkaar nodig hebben. Vervolgens moet je kijken welke techniek daarbij past.”
Voor HZW zit daar een belangrijke toegevoegde waarde van Zorgring. “Nieuwe ideeën en plannen kunnen worden getoetst: past deze ontwikkeling binnen de gezamenlijke koers? Welke koppelingen zijn nodig? En hoe voorkomen we dat organisaties afzonderlijk oplossingen kiezen die later niet goed met elkaar samenwerken?”
Hoe belangrijk dat is, wordt duidelijk wanneer Erik vertelt over databeschikbaarheid. In de dagelijkse praktijk is informatie nog lang niet altijd vanzelfsprekend beschikbaar.
“Of een huisarts informatie krijgt, is nu vaak afhankelijk van de vraag of er een koppeling bestaat met de andere zorgverlener. Is die er niet, dan kan het soms heel lang duren voordat informatie bij de huisarts terechtkomt.”
Hij heeft dat zelf ook als patiënt ervaren. Zijn behandeling vond plaats in een ziekenhuis waarmee zijn huisarts geen directe koppeling had. Daardoor ontving de huisarts alleen informatie wanneer een specialist actief een update verstuurde.
“De patiënt denkt vaak dat de huisarts alles weet. Maar die huisarts weet soms helemaal niet waar iemand in zijn behandeling zit.”
Voor Erik laat dit precies zien waarom betere databeschikbaarheid noodzakelijk is. Niet omdat het technisch interessant is, maar omdat een zorgverlener de juiste informatie nodig heeft om goede beslissingen te kunnen nemen.
Een ontwikkeling waar Erik enthousiast over is, is Proactieve Zorgplanning. In de regio zijn afspraken gemaakt over de manier waarop gesprekken over wensen en behandelkeuzes worden vastgelegd. Daardoor kan belangrijke informatie ook beschikbaar worden gemaakt voor bijvoorbeeld de huisartsenpost.
“Dan kun je 24 uur per dag inzicht geven in wat er met iemand is afgesproken rondom wensen, gedachten en wat iemand wel of niet wil. Dat helpt enorm in de voortgang van zorg en geeft duidelijkheid.”
De ambitie is om deze informatie uiteindelijk breder beschikbaar te maken, bijvoorbeeld voor ziekenhuizen en VVT-organisaties. Samen met Zorgring wordt gewerkt aan de volgende stappen. Daarbij gaat het niet alleen om techniek. Zorgorganisaties moeten ook afspraken maken over waar informatie wordt vastgelegd, hoe dat gebeurt en wie deze informatie mag inzien.
“Als iedereen informatie op een andere plek of op een andere manier vastlegt, kun je het technisch ook niet goed delen. Je moet dus eerst met elkaar afspraken maken.”
Daar zit volgens Erik tegelijkertijd een van de grootste uitdagingen voor de komende jaren. Een nieuwe toepassing technisch werkend krijgen, betekent nog niet dat deze ook daadwerkelijk in de praktijk wordt gebruikt.
“We vinden het vaak heel moeilijk om iets technisch voor elkaar te krijgen. Maar als dat gelukt is, ben je misschien pas op tien procent. Daarna moet je het nog implementeren.”
Dat vraagt tijd, uitleg en ondersteuning. Zorgprofessionals moeten begrijpen waarom iets verandert, wat het hen oplevert en hoe zij ermee moeten werken.
“Als je dat onderschat, heb je uiteindelijk een mooie tool die niet werkt. Een paar jaar later zeggen we dan: zie je wel, we moeten iets nieuws verzinnen. Maar als je dat vervolgens weer niet goed implementeert, gebeurt precies hetzelfde.”
Voor de huisartsenzorg is die implementatie extra belangrijk. In Zaanstreek Waterland zijn veel zelfstandige praktijken. Waar een grote zorgorganisatie centraal kan besluiten om een systeem te implementeren, werkt dat bij tientallen zelfstandige huisartspraktijken anders.
“Je kunt niet zomaar zeggen: vanaf morgen gaan jullie dit allemaal gebruiken. Huisartsen zijn bezig met patiëntenzorg en met het draaiende houden van hun praktijk. Als we willen dat zij hierin meegaan, moeten we ze ook echt helpen.”
Als Erik vijf jaar vooruitkijkt, hoopt hij vooral dat veel onnodige handelingen uit de huisartspraktijk verdwijnen. Hij noemt dubbele verwijzingen, controles en administratieve stappen die eenvoudiger georganiseerd kunnen worden. Tegelijkertijd moet de huisarts juist méér relevante informatie tot zijn beschikking krijgen.
“De huisarts moet op de hoogte kunnen zijn van wat er rondom een patiënt gebeurt. Zodat hij keuzes kan maken, patiënten antwoord kan geven en overzicht kan houden. Als we processen daarnaast eenvoudiger en eenduidiger maken, kunnen we enorm veel tijd besparen.”
Dat vraagt volgens hem niet alleen technische oplossingen, maar ook de bereidheid om zorginhoudelijke afspraken opnieuw tegen het licht te houden.
Bij meer digitale samenwerking hoort ook meer aandacht voor veiligheid. Erik noemt daarbij de Data Security Dag die HZW samen met Zorgring heeft georganiseerd. “Iedere organisatie blijft zelf verantwoordelijk voor informatiebeveiliging”, benadrukt hij.
“Juist op dit onderwerp is samenwerking waardevol. Organisaties kunnen kennis delen, elkaar scherp houden en elkaar ondersteunen wanneer zich een incident voordoet. We moeten hier continu bewust mee bezig blijven. Als er iets fout gaat, moeten we op elkaar kunnen bouwen.”
Voor de komende jaren ziet Erik voor Zorgring vooral een faciliterende en verbindende rol. Niet bepalen welke oplossing zorgverleners moeten gebruiken, maar helpen om zorginhoudelijke wensen technisch mogelijk te maken. Dat onderscheid is voor hem belangrijk. Zeker binnen de huisartsenzorg, waar digitalisering en ICT niet voor iedere praktijk bovenaan de agenda kunnen staan.
“Als we nieuwe dingen willen doen, moeten we kleine stappen zetten, vanuit de inhoud en vanuit de vraag, niet door iets op te leggen.”
Als dat lukt, ziet Erik veel mogelijkheden voor de komende vijf tot tien jaar. Niet alleen binnen Zaanstreek Waterland, maar juist ook tussen regio’s. Zorg en patiënten houden immers niet op bij de grenzen van een samenwerkingsverband.
Zijn wens voor de toekomst vat hij uiteindelijk samen in drie begrippen: verbinding, ondersteuning en advies.
“Als de inhoud leidend blijft en we van daaruit zorgen voor verbinding, ondersteuning en advies, dan kunnen we samen naar een mooie toekomst toe.”
Met de applicatie Teamviewer kunnen wij – uitsluitend met uw instemming – op afstand meekijken op uw beeldscherm en in overleg met u noodzakelijke aanpassingen doen.