25 jaar Zorgring: Interview met Wilco van der Most, bestuurder Zorggroep Tellus

“Zorgring is van volgend naar richtinggevend gegroeid.”

In de jubileumreeks ‘25 jaar Zorgring’ spreken we mensen uit de regio over de samenwerking van toen, nu en straks. Dit keer: Wilco van der Most, bestuurder van Zorggroep Tellus.

Voor een kleinere VVT organisatie is het onmogelijk om alle ontwikkelingen rond digitalisering, databeschikbaarheid en informatiebeveiliging zelf te volgen en uit te werken. Juist daarom ziet Wilco veel waarde in regionale samenwerking. Volgens hem heeft Zorgring daarin de afgelopen jaren een duidelijke ontwikkeling doorgemaakt: “Van volgend naar richtinggevend.”

Bijdragen aan het leven  van ouderen in Den Helder

Wilco is inmiddels ruim negen jaar bestuurder van Zorggroep Tellus. Daarvoor werkte hij onder andere in de gehandicaptenzorg en forensische psychiatrie en sinds zijn 35e in de ouderenzorg. Juist die combinatie van ervaringen neemt hij mee in zijn huidige werk.

“Ik denk dat sectoren heel veel van elkaar kunnen leren. Wat op de ene plek nieuw is, gebeurt ergens anders misschien al jaren. Ik vind het mooi om die ervaringen bij elkaar te brengen.”

Tellus richt zich volledig op Den Helder. Met vier locaties, thuiszorg en een breed welzijnsaanbod is de organisatie nauw verbonden met de stad. Volgens Wilco is die lokale verankering belangrijk. Den Helder heeft door zijn geografische ligging een eigen dynamiek. Veel kinderen van ouderen zijn voor studie of werk vertrokken, waardoor ouderen vaker zijn aangewezen op elkaar, op het verenigingsleven en voorzieningen in de stad.

“Onze rol gaat daarom verder dan zorg verlenen. Het gaat ook om welzijn en om samenwerken met andere organisaties. Vanuit Tellus kan ik zo echt bijdragen aan het wonen en leven van ouderen in Den Helder.”

“De uitdagingen zijn groot, maar samenwerking biedt perspectief”

De ouderenzorg staat voor een forse opgave. Wilco noemt de arbeidsmarkt, oplopende wachtlijsten en vereenzaming als belangrijke thema’s voor de komende jaren.

“Het zou naïef zijn om te zeggen dat er geen problemen op ons afkomen. Maar veel van de oplossingen zitten ook in samenwerken, creativiteit en doen waar je goed in bent.”

Juist daar ziet hij de kracht van regionale samenwerking. Niet iedere organisatie hoeft ieder vraagstuk zelfstandig op te lossen. Zeker voor een relatief kleine organisatie als Tellus is het waardevol om kennis en capaciteit in de regio te bundelen.

“Als ik alle vraagstukken rond technologie, data-uitwisseling en communicatie in de zorgketen zelf moet oplossen, kan ik daar dag en nacht aan werken. Door dat gezamenlijk te doen, kunnen we veel verder komen.”

Van volgend naar richtinggevend

Wilco kent Zorgring al langere tijd en zag de rol van de organisatie de afgelopen jaren veranderen. Volgens hem is Zorgring veel zichtbaarder geworden en speelt de organisatie een steeds belangrijkere rol bij regionale digitaliseringsvraagstukken.

“Zorgring is van volgend naar richtinggevend gegaan. Dat vind ik echt een groot compliment.”

Die ontwikkeling mag volgens hem de komende jaren verder worden doorgezet. Bijvoorbeeld rond databeschikbaarheid, gegevensuitwisseling en digitale veiligheid. Tegelijkertijd is Zorgring afhankelijk van de bereidheid van aangesloten organisaties om gezamenlijk keuzes te maken en adviezen ook daadwerkelijk te volgen.

“Je kunt als Zorgring richting geven, maar uiteindelijk moeten organisaties zich daar ook aan committeren.”

Bewust vernieuwen  met kennis uit de regio

Dat betekent niet dat iedere zorgorganisatie voorop moet lopen. Wilco noemt Tellus bewust een ‘stevige volger’.

“Vroeger dacht ik nog: moeten wij de Champions League spelen en voorop lopen met technologische ontwikkelingen? Maar als kleinere organisatie is het natuurlijk slimmer om bewust te kiezen waar we zelf in investeren en waarin we kunnen volgen.” 

Dat betekent volgens hem niet dat Tellus afwacht. Integendeel. De organisatie denkt actief mee over nieuwe ontwikkelingen, maar maakt vervolgens graag gebruik van kennis en oplossingen die gezamenlijk of elders al goed zijn uitgewerkt.

“Ik wil meedenken over concepten en als ze goed zijn uitgewerkt, ze ook dankbaar adopteren. Je hoeft niet alles zelf uit te vinden.”

Een voorbeeld is de inzet van expertise op het gebied van informatiebeveiliging. Tellus maakt gebruik van de CISO dienstverlening die via Zorgring beschikbaar is. Ook denkt Wilco mee over nieuwe mogelijkheden, zoals het gezamenlijk beoordelen van leveranciers en toepassingen op het gebied van AI.

“Mijn rol zit vooral in het meedenken: hoe kunnen we het aanbod verder ontwikkelen zodat het nog beter aansluit bij wat organisaties nodig hebben?”

Een kennisbank voor de regio

Daarmee raakt Wilco aan een tweede rol die hij voor Zorgring belangrijk vindt: die van kennisbank. Voor een kleinere organisatie is het nauwelijks mogelijk om alle landelijke en regionale ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, informatiebeveiliging en gegevensuitwisseling zelfstandig te blijven volgen.

“Ik haal bij Zorgring kennis over de ontwikkelingen die op ons afkomen. Het lukt ons niet om alles zelf te monitoren. Door die kennis gezamenlijk op te halen, kunnen wij intern sneller keuzes maken en stappen zetten.”

Volgens Wilco is dat ook zichtbaar in de ontwikkeling die Tellus zelf heeft doorgemaakt. De organisatie is inmiddels ver met verschillende certificeringen rond digitalisering en informatiebeveiliging. De kennis die regionaal beschikbaar is, heeft daar volgens hem nadrukkelijk aan bijgedragen.

Data moet door de  hele keten kunnen bewegen

Een van de belangrijkste opgaven voor de komende jaren is databeschikbaarheid. Voor Wilco begint die discussie bij een praktische vraag: kan informatie eigenlijk goed door de hele zorgketen bewegen?

“Van huisarts en paramedicus tot ziekenhuis, verpleeghuis en zorgcentrum: we werken niet allemaal in hetzelfde systeem. We moeten ervoor zorgen dat de informatie die nodig is wel uitwisselbaar wordt.”

Daarvoor is volgens hem meer nodig dan goede intenties. Organisaties maken nu nog zelfstandig keuzes voor systemen en leveranciers. Wilco vraagt zich af of daar in de toekomst niet duidelijkere gezamenlijke voorwaarden aan verbonden moeten worden.

“Misschien moeten we veel scherper zeggen: je kunt een systeem kiezen, maar het moet wel uitwisselbaar zijn in de keten. Daarmee word je als regio ook krachtiger richting leveranciers.”

Juist op dat soort onderwerpen mag Zorgring van hem richtinggevend zijn.

Technologie werkt pas als mensen ermee willen werken

Technisch iets mogelijk maken is echter maar één deel van de opgave. De volgende vraag is minstens zo belangrijk: hoe zorgen we dat medewerkers, cliënten en familie nieuwe technologie daadwerkelijk omarmen?

Wilco noemt het voorbeeld van technologie waarmee zorgmedewerkers ’s nachts op afstand kunnen zien of een cliënt in bed ligt en waar iemand zich bevindt. Toch kan een medewerker behoefte houden om persoonlijk een kamer binnen te lopen en te controleren of alles goed gaat.

“Dat is ook zorg. Je kunt veel op afstand monitoren, maar de behoefte van een zorgmedewerker om even te kijken of iemand goed ligt, is ook waardevol.”

Daar ligt volgens hem een belangrijke opgave voor de komende jaren. Technologie moet niet simpelweg over een organisatie worden uitgerold, maar aansluiten bij de manier waarop een organisatie naar goede zorg kijkt.

“Een technologische oplossing die bij de ene organisatie goed werkt, hoeft niet automatisch bij een andere organisatie te passen. Je moet kijken: wat werkt bij de buren, wat kunnen wij daarvan leren en hoe past dat bij onze eigen waarden en visie?”

Daarom ziet hij ook op dit terrein een rol voor Zorgring. Door organisaties bij elkaar te brengen, goede voorbeelden te delen en van elkaar te laten leren.

Richtinggever én kennisbank

Als Wilco vijf tot tien jaar vooruitkijkt, ziet hij voor Zorgring daarom twee belangrijke rollen: richtinggever en kennisbank.

“Bij onderwerpen als databeschikbaarheid en uitwisseling mag Zorgring best stellig zijn over waar we naartoe moeten. Tegelijkertijd moeten ze mensen bij elkaar blijven brengen om kennis te delen en samen nieuwe concepten te ontwikkelen.”

Zijn wens voor de komende tien jaar is dat zorgorganisaties aantoonbaar verder zijn met gegevensuitwisseling en communicatie in de keten. Maar óók dat Zorgring zelf blijft veranderen.

Sommige diensten die vandaag nodig zijn, zouden over een aantal jaren zo vanzelfsprekend kunnen zijn dat organisaties ze zelfstandig kunnen organiseren. Dan ontstaat voor Zorgring ruimte om zich opnieuw op de volgende regionale opgaven te richten.

“Dat zou juist laten zien dat we ons als regio ontwikkelen. Dat iets wat eerst een belangrijk thema was goed is geïmplementeerd en Zorgring vervolgens weer verder kan met nieuwe vraagstukken.”

Want na 25 jaar is regionale samenwerking voor Wilco geen doel op zich. Het gaat erom dat organisaties elkaar versterken op de onderwerpen waarop ze elkaar nodig hebben.

“Breng organisaties bij elkaar, geef richting en laat mensen van elkaar leren. Die rol als kennisbank voor de toekomst moeten we nooit meer kwijtraken.”

Waar ben je naar opzoek?

Waar ben je naar opzoek?